Boeken

De Stichting steunt ook de publicatie van boeken in verband met plastische kunsten en geschiedenis.
Ontdek hier de meer recente voorbeelden.


schalbroekHex. Een prinselijk landgoed ontsluierd,
door Chris De Maegd

Aan het boek, uitgegeven door het Mercatorfonds met de steun van de Stichting de Moffarts, werd de prijs Pierre-Joseph Redouté toegekend voor het beste Franstalige historische tuinboek van het jaar . De P.J. Redouté prijzen worden ieder jaar uitgereikt tijdens de plantendagen op het kasteel van Le Lude. De selectie wordt gedaan door een internationale jury van deskundigen op botanisch en historisch vlak.

Klik hier voor meer info.

 

 

 

 

 

 


Hout in boeken,
houten boeken
en de fraaye konst van houtdraayen

INHOUDSTAFEL

Mathijs Lamberigts, Boeken en hout in een theologi­sche universiteitsbibliotheek
Andries Wydooghe, Waartoe houtdraaien kan leiden
 luc Knapen, Een dankbaar menselijk bedrijf


I. HOUT IN BOEKEN
1.1.     Hout en boekbanden
Kristof Haneca, Methodologie van het dendrochronologisch onderzoek en toepassingen op kunstvoor­werpen
Jérôme Eeckhout, Salvatore Failla & Pascale Fraiture, Dendrochronologie toegepast op houten berderen. Methodologie en enkele concrete voorbeelden uit de handschriften van de kruisheren van Luik en Hoei bewaard in de universiteitsbibliotheek van Luik
Aagje Van Cauwelaert, Een responsoriale uit het prins­bisdom Luik (1503) in de bibliotheek van het Cultura Fonds te Dilbeek
Lieve Watteeuw, Berderen, binders en bibliotheken. Het boek als een pépinière de vers
Constant Lem &Jos Schryen, Het gebruik van zeemleren beschermruggen op boeken met houten platkern

1.2.     Hout als illustratiemateriaal
Nigel Palmer, Blokboeken: tekst en illustraties gesne­den in houtblokken
Barbara Baert, De legende van het kruishout in de Nederlanden
Veronique Vandekerchove, De grote Passie. Een houtsnede uit de Bibliothèque nationale de France (ca. 1490)
Ina Kok, Enkele voorbeelden van gebruik en herge­bruik van houtsneden bij twee vijftiende-eeuwse Overijsselse drukkers: Peter van Os in Zwolle en Jacobus de Breda in Deventer
Jan van der Stock & J aak Depuydt, Een 19de-eeuwse vervalsing van drukhoutblokken over het leven van Christus bewaard in de Maurits Sabbebibliotheek
Dirk Imhof & Karen L. Bowen, De illustratie van embleemboeken van de Officina Plantiniana
Karen L. Bowen & luc Knapen, De samenstelling van het Pinksterentafereel uit het Missale Romanum van Christoffel Plantijn (1574)
Ellen Daneels, De conservatieproblematiek van houtsnede- en houtgravureblokken
Peter Kawaki, Het gevaar van binnenuit: drukhout­blokken en pesticiden

1.3. Boekentonnen, (draaiende) lezenaars en gedraaide levensbomen
Erik Breuls, Het boekentransport door de Officina Plantiniana in vroegmodern Europa
Jean-Claude Muller, Ontstaan van de imaginaire leze­naar van Echternach uit de handschriften van de voormalige abdij
Patrick Valvekens & Stefan Van Lani, Lezenaars en gedraaid houtwerk: drie Vlaams-Brabantse voorbeelden
Marcus de Schepper, Het boekenrad of de wereld binnen handbereik
Luc Dequeker, Een authentieke Sefer Tora in de biblio­theek van Theologie van de K.U.Leuven
Pierre-Maurice Bogaert & luc Knapen, Twee Esterrollen uit de bibliotheek van de abdij van Maredsous

II. XYLOTHEKEN & XYLARIA
Tjerk Miedema, Langs Europa's historische xylotheken: van Schildbach tot von Schlümbach
Hans Beeckman, Het xylarium van Tervuren: de hout­collectie van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
Tjerk Miedema, De eerste houtverzameling uit 1670: het houtkabinet van Linck
Volkmar Zimmer, Lebendiges Holz: een moderne verza­meling van houtsoorten en van gedraaide houten tabaksnuifdozen
Blik op een Vlaamse xylotheek en enkele voorbeelden van gedraaide xylaria

III. GEBRUIK VAN EEN WIPDRAAIBANK IN DE "ENGELTJESDRAAIBANK" EN VOOR EEN SCHAMEL EN OPENBARING VAN DE DRAAIKUNST DOOR CHARLES PLUMIER
Agnès Guiderdoni, Hout draaien en zielen op een draai­bank bewerken: de emblematische wipdraaibank van het jezuïetencollege van Antwerpen (1627)
Emiel Pelssers, Willy Magel & Hugo Wahlen, De bouw van een symbolische engeltjesdraaibank uit 1627 door Limburgse leden van de Vlaamse Gilde van Houtdraaiers
Stuart King, Van draaibanken met een slingerbewe­ging naar de da Vinci-draaibank. Een beknopte geschiedenis van de wipdraaibank
Liesbet Kusters, Mirre uit het Oosten in een interieur van de Lage Landen. Het meubilair ten huize van Simon de Farizeeër in het Theatrum biblicum van Nicolaus Johannes Vischer (1650)
Emiel Huybrechts, Guido Pas & Eduard Huysmans, Een schamel uit 1650 gebouwd door Vlaams-Brabant­se leden van de Vlaamse Gilde van Houtdraaiers
luc Knapen, Het ontstaan van L'art de tourner en perfection van Charles Plumier (1646-1704) en de subtiliteit van Contrefaitkugeln
Charles Indekeu, Fascinatie en overdracht van kennis van ornamentdraaiwerk door Charles Plumier

IV. ENKELE CONCRETE VOORBEELDEN VAN HOUTDRAAIEN
René Smets, De elegantie van ringdraaien: het ontstaan
van een zonnebloem
Gust Vreys, Scanning als fysische en psychische ervaring
Hugo Wahlen, De houtdraaier aan het werk met de Gulden Snede

V. HOUT IN 'T ROND: EEN WAAIER VAN DRAAIWERK UIT (BELGISCH EN NEDERLANDS) LIMBURG EN VLAAMS-BRABANT
John Heijlen & Ludo Van Bladel, Het Houtstudie Centrum van Mortsel en het register op de hout­soorten tentoongesteld in de Maurits Sabbebiblio­theek te Leuven

Luc Knapen & Leo Kenis (ed.), Hout in boeken, houten boeken en de 'fraaye konst van houtdraayen'. Leuven: Maurits Sabbebibliotheek, Faculteit Godgeleerdheid; Uitgeverij Peeters, 2008 (Documenta libraria, 35), ca. 400 blz, ca. 300 ill. waarvan 250 kleurillustraties; hard cover, 32 x 23 cm.
Dit boek wordt uitgegeven in het Neder­lands, résumés en francais & English summaries.
Te koop op de tentoonstelling tegen de prijs van 90,00 EUR , bij de boekhandelaars of bij Uitgeverij Peeters, Bondgenotenlaan, 153 te 3000 Leuven.
Dit wetenschappelijk, cultuurhistorisch en artistiek project van de Maurits Sabbe­bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid - K.U.Leuven kwam tot stand dankzij de samenwerking van Belgische, Nederlandse, Luxemburgse, Duitse en Engelse wetenschappers, houtspecialisten en houtdraaiers. Ieder heeft vanuit zijn specifiek standpunt van dendro(chrono)loog, boekhistoricus, houtsnedendeskundige, boek- en houtrestaurateur, kunsthistoricus, theoloog, emblematicus, xylotheken-deskundige, houtdraaier,... een originele bijdrage geschreven in een toegankelijke taal waarvan het geheel in dit bijzonder fraai geïllustreerd boek samengebracht is. Bijzondere aandacht werd geschonken aan het technisch onderzoek van de berderen van boekbanden, het uit hout gesneden illustratiemateriaal van boeken, vanaf de eerste blokboeken (1450-1470) tot het begin van de 17de eeuw in de Officina Plantiniana te Antwerpen. Historische xylotheken en het xylarium van Tervuren komen ook aan bod.

De samenwerking met de provinciale afdeling (Belgisch en Nederlands) Limburg en Vlaams-Brabant van de Vlaamse Gilde van Houtdraaiers leverde indrukwekkende resultaten op: de bouw van een "engeltjesdraaibank" uit 1627, een schamel uit 1650, voorbeelden van gedraaide sterren ter illustratie van het boek L'art de tourner van Charles Plumier (1706), bewaard in de Maurits Sabbebibliotheek te illustreren en tenslotte een fotogalerie van 130 stukken draaiwerk van een 40-tal houtdraaiers. Een vroeg 19de-eeuwse ornamentdraaibank en enkele voorbeelden van ornament­draaiwerk zullen zowel in het boek als op de tentoonstelling het naslagwerk van Plumier illustreren. Men zal kennis­maken met een gedraaide lezenaar en bijhorende stoel uit Echternach, een gotische en gedraaide lezenaar (ca. 1500) uit de Sint-Gertrudiskerk van Leuven en met andere uitzonderlijke gedrukte documenten uit de 15de eeuw, nl. een blokdruk over de kruishoutlegende en het Boec van den houte (1483).

Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd…
Grootste koperschat van Vlaanderen uit de 18de eeuw gevonden te Nieuwerkerken
Door Raf Van Laere en Rombout Nijssen.

In Nieuwerkerken werd in 2005 een belangrijke muntschat gevonden. Op TV en in de kranten had men het over de grootste muntschat die ooit in Vlaanderen gevonden is. Niet minder dan 8.000 (achtduizend) munten uit de jaren 1550-1800 werden uit de grond gehaald.
Sinds twee jaren worden de munten in een laboratorium van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed schoongemaakt, en door specialisten worden zij geïdentificeerd en bestudeerd.
Ondertussen is ook onderzocht wanneer de munten in de grond verborgen werden, en welke Nieuwerkerkenaar die schat vroeger bijeengespaard heeft.

2007, 23,5 x 23,5 cm, softcover, 48 pagina’s met kleurillustraties.

 


schalbroekBelgië in de 17de eeuw
De Spaanse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik (1585-1715)

Gelezen in de pers (enkel in het Frans)

Het boek (2 hardcovers in foedraal) is te koop bij de boekhandelaars tegen de prijs van 99,00 EUR.
Formaat 25 x 29,7 cm, 296 p. (deel 1) + 448 p. (deel 2), 700 illustraties.
Co-editie Dexia Bank, Snoeck uitgeverij en Stichting de Moffarts.

Paul Janssens (red.)

De opstand tegen het beleid van koning Filips II, die in 1568 begon, zou door de groeiende onenigheid tussen protestanten en katholieken uiteindelijk tot een splitsing van de Nederlanden leiden. In het noorden vormden de zeven opstandige gewesten na 1579 de republiek der Verenigde Provinciën, terwijl de Spaanse koning in 1585 zijn gezag over de tien zuidelijke gewesten kon herstellen. België in de 17de eeuw behandelt de geschiedenis van de zuidelijke, “Spaanse” Nederlanden als nieuwe politieke entiteit tot 1715, wanneer het gebied aan de Oostenrijkse Habsburgers wordt overgedragen. Er wordt ook aandacht besteed aan de lotgevallen van het naburige prinsbisdom Luik. Beide landen zullen ruim een eeuw later, in 1830, opgaan in de nieuwe Belgische staat.

De zeventiende eeuw wordt veelal in sombere kleuren afgeschilderd. Het contrast met de gouden eeuw in het Noorden is onmiskenbaar. Ook een vergelijking met de Nederlanden in de zestiende eeuw of met het Oostenrijkse bewind in de achttiende eeuw valt ongunstig uit. En toch is deze periode ongemeen belangrijk. In die jaren wordt immers de basis gelegd voor culturele en religieuze denkpatronen en praktijken die tot vandaag aanwijsbaar zijn. Een onbevangen benadering leidt ook op politiek vlak tot belangrijke nuanceringen: van een Spaanse “bezetting” was er geenszins sprake. Er werd integendeel door de bevolking en de lokale machthebbers op de Spaanse troepen en de Spaanse subsidies gerekend voor de defensie van het land.

Waren de Spaanse Nederlanden dan niet het slagveld van Europa? Tot 1648 immers waren zij verwikkeld in een tachtigjarige oorlog tegen de Verenigde Provinciën en van 1635 tot 1715 in een nieuwe tachtigjarige oorlog tegen Frankrijk. Het krijgsgeweld bleef echter lange tijd tot de grensstreek beperkt. Tijdens het bewind van Lodewijk XIV werden ongetwijfeld ook vele steden in het binnenland belegerd, maar de Franse troepen gingen in onze gewesten minder moorddadig te keer dan in andere landen, omdat zij de aanhechting van het gebied op het oog hadden. Hoewel de belastingdruk steeg, konden de kosten van de oorlogvoering toch grotendeels op de Europese mogendheden worden afgewenteld. Aanvankelijk op Spanje en nadien op Engeland en op de Verenigde Provinciën. De internationale machtverhoudingen hebben uiteindelijk het voortbestaan van de Spaanse Nederlanden mogelijk gemaakt en in de langdurige oorlogen tegen de buurlanden groeide geleidgelijk ook een eigen identiteitsbesef.

Dit identiteitsbesef is dus niet te danken aan een uitbreiding van de vorstelijke centralisatie door een beknotting van de lokale en de provinciale autonomie. Na de opstand tegen Filips II werden in onze gewesten geen nieuwe pogingen meer ondernomen om het vorstelijk absolutisme te vestigen. In de langdurige oorlogen tegen de Verenigde Provinciën en tegen Frankrijk rekenden de Spaanse autoriteiten op de medewerking van de bevoorrechte machten (de adellijke en kerkelijke grootgrondbezitters op het platteland en de gegoede burgerij in de steden) en zij verleenden hen dan ook een grote mate van zelfbestuur. De notabelen slaagden erin de belastingen laag te houden dank zij het afwentelen van een groot deel van de oorlogslasten op de buitenlandse mogendheden die met het indijken van de Franse expansie in de Nederlanden begaan waren. Adel en burgerij slaagden er dus in de strategische positie van het land maximaal uit te baten. De versterking van de lokale en provinciale autonomie ten gunste van de elites betekende echter ook een rem op de snelle ontwikkeling van een nationaal gevoel.

Aan de steun van de Verenigde Provinciën en Engeland tegen het optreden van Lodewijk XIV in de Nederlanden was er echter ook een economische prijs verbonden. De “sluiting” van de Schelde en de uitsluiting van de koloniale handel staan symbool voor de opgelegde belemmeringen van de handelsactiviteiten, al slaagde de overheid erin de Vlaamse kusthavens open te houden (eerst nog Duinkerken en later Oostende). De aanleg van nieuwe kanalen (van Antwerpen naar Oostende) was echter ontoereikend om de verbindingen met het hinterland te verzekeren. Alleen in de landbouwsector bleef de dynamiek behouden. In het midden van de zeventiende eeuw lag het bevolkingscijfer hoger dan bij het begin van de Opstand, een eeuw vroeger. Wellicht stelden de tijdgenoten van Rubens het niet slechter dan de onderdanen van Keizer Karel. De verslechtering van de economische conjunctuur in de late zeventiende eeuw, die gepaard ging met een intensivering van de oorlogvoering en met handelsbeperkingen die de buitenlandse mogendheden oplegden, hebben de veerkracht van de economie niet blijvend gebroken.

Van eenzelfde vitaliteit getuigt het artistieke en religieuze leven, die in die jaren nauw met elkaar verbonden waren. Na de scheiding tussen Noord en Zuid kwam de katholieke reformatie tot volle ontplooiing. In vele kerken getuigen de barokke altaren, de communiebanken, de biecht- en preekstoelen nog steeds van deze vernieuwingsdrang, die tot het tweede Vaticaans Concilie in volle XXe eeuw is blijven nazinderen. Kerk en Staat werken hierbij hand in hand. De invoering van de catechismus brengt de kinderen een afgelijnd gedragspatroon bij. Jezuïeten en andere kloosterorden bouwen een netwerk van colleges uit, waarvan sommige nog altijd bestaan. De humanioraopleiding krijgt vaste vorm. Aan de Leuvense universiteit woeden controverses tussen voor- en tegenstanders van de nieuwe wetenschappelijke denkbeelden (Copernicus, Galileï, Newton). De cartesiaanse filosofie brak echter moeizaam door, omdat de scholastieke traditie een taaie weerstand bood. De theologische disputen tussen jansenisten en anti-jansenisten vinden weerklank in binnen- en buitenland. Een nog grotere internationale weerklank vinden kunstenaars zoals Rubens en Van Dijck. Ook genreschilders zoals Jordaens en Teniers vestigen de faam van de Vlaamse schilderkunst. Architecturale verwezenlijkingen uit die periode, zoals de restauratie van vele begijnhoven of de heropbouw van de Brusselse Grote Markt na het Frans bombardement van 1695, zijn vandaag opgenomen in de Unesco-lijst van het wereldpatrimonium.

De scheiding van de Nederlanden leidde tot een groeiende kloof tussen het Nederlands en het Vlaams, die door Brederode in “De Spaanse Brabander”gehekeld wordt. Het internationale overwicht van de Franse taal leidde in Wallonië meer dan in Vlaanderen tot een toenemende verfransing van de elite. Maar dit leidde niet tot enig taalprobleem omdat de ministers en hun administratie meertalige waren: met de koning en zijn Madrileense medewerkers correspondeerden zij in het Spaans, met de inwoners en besturen uit de Nederlanden in het Nederlands, het Frans of het Duits, met kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zo nodig ook in het Latijn. Deze situatie was overigens niet nieuw. Zij ging terug tot de Bourgondische hertogen in de 15de eeuw en zou tot de Franse Revolutie ongewijzigd blijven.


schalbroekCharles Wellens 1889-1958
Een leven gewijd aan de kunst en aan Limburg
Door Kathy Vincke

De titel van het boek vat al in enkele woorden het leven en het werk van de Lummense kunstenaar samen. Charles Wellens had twee passies in zijn leven: schilderen en de liefde voor de natuur, en dan vooral voor de natuur van zijn geboortestreek. Terugkijkend op het leven van Charles Wellens zou je hem naast een succesvol schilder met een indrukwekkend oeuvre, vooral een gelukkig man kunnen noemen. Hij is erin geslaagd zijn leven aan die twee grote passies te wijden en ze op een onmiskenbare manier met elkaar te verbinden. In een eigen, meteen herkenbare stijl en met een diep doorleefde echtheid brengt hij zijn onderwerpen op doek. De Limburgse Kempen werd zijn belangrijkste inspiratiebron en hij maakte daardoor de natuur en de leefwereld van zijn geboortestreek onsterfelijk.
Charles Wellens was een boeiende en veel-zijdige kunstenaar met een brede waaier aan interesses. De auteur heeft er dan ook naar gestreefd zijn werk en zijn persoonlijkheid vanuit verschillende invalshoeken te benade-ren. Daarbij wordt de geschied- en heemkundige waarde van het werk van Wellens zeker niet onderkend maar toch wil de auteur er de aandacht op vestigen dat de artistieke betekenis van zijn schilderijen niet mag worden over het hoofd gezien: "De werken van Wellens zijn in hun eenvoud nooit eenvoudig...".
Kathy Vincke (Gent, 1958) studeerde schilderkunst en kunstgeschiedenis aan de Stedelijke Academie in Leuven. Zij volgde in Tongeren een opleiding in restauratie van schilderijen en keramische materialen en een specialisatie in wetenschappelijk onderzoek van kunstwerken. Kathy Vincke heeft een restauratieatelier in Leuven. Samen met Jo Claes en Alfons Claes publiceerde zij bij het Davidsfonds verschillende boeken over hagiografie en iconografie.
Het boek, op formaat 24,5 x 30,5 cm, hardcover met kaft, telt 128 blz en bijna 200 illustraties. Het is verkrijbaar bij het Genootschap Kunstschilder Charles Wellens v.z.w., Gemeenteplein 4 te 3560 Lummen (gilcla@telenet.be).


schalbroekSchalbroek en zijn schuttersgilde Sint-Sabastiaan
Gedenkboek naar aanleiding van het 350-jarig bestaan van de gilde

Naar aanleiding van haar 350-jarig bestaan werd door de vzw. Schuttersgilde Sint-Sebastiaan Schalbroek te samen met de Stichting de Moffarts het gedenkboek “Schalbroek en zijn schuttersgilde Sint-Sebastiaan” gepubliceerd. Het boek gaat in op de geschiedenis en geografische aspecten van het Lummense gehucht Schalbroek met aandacht voor markante gebouwen (o.m. kasteel ‘het Hamel’), natuur, inwoners en sociaal gebeuren in het gehucht. Het tweede deel behandelt de geschiedenis van de gilde, met o.m. aandacht voor de breuk of koningsgewaad, vlaggen, gildezaal, schietstanden, activiteiten, sportieve resultaten en derg. meer. Het is een interessant boek van 225 pagina’s, mooi uitgegeven met diverse foto’s, kaarten, krantenartikels en documenten. Een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Schalbroek en Lummen.

Het boek kan aangekocht worden voor 15 Euro.
Contacteer Peter Vandevenne (peter.vandevenne@telenet.be) - Mangelbeekstraat 68 - tel. 013/531530 of Stefan Mechelmans (mechelmans.stefan@scarlet.be) - Bovenstraat 9 - tel. 013/521736

 


        Kasteel het Hamel • Burggrachtstraat 20-21 • B-3560 LUMMEN • Tel 013.33.80.36 • Fax 013.67.44.07 • info@stichting-demoffarts.be